Bijsluiter minipil: Delamonie

door Redactie

Delamonie®
75 microgram, filmomhulde tabletten
desogestrel


Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat
belangrijke informatie in voor u.

  • Bewaar deze bijsluiter. Misschien heeft u hem later weer nodig.
  • Heeft u nog vragen? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.
  • Geef dit geneesmiddel niet door aan anderen, want het is alleen aan u voorgeschreven. Het kan schadelijk zijn voor anderen, ook al hebben zij dezelfde klachten als u.
  • Krijgt u last van een van de bijwerkingen die in rubriek 4 staan? Of krijgt u een bijwerking die niet in deze bijsluiter staat? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.

inhoud van deze bijsluiter:

  1. Wat is Delamonie 75 microgram en waarvoor wordt dit middel gebruikt?
  2. Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?
  3. Hoe gebruikt u dit middel?
  4. Mogelijke bijwerkingen
  5. Hoe bewaart u dit middel?
  6. Inhoud van de verpakking en overige informatie.

WAT IS DELAMONIE 75 MICROGRAM EN WAARVOOR WORDT DIT MIDDEL
GEBRUIKT?

  • Dit middel wordt gebruikt om zwangerschap te voorkomen.
  • Er zijn twee hoofdsoorten hormoon anticonceptiemiddelen.
  • De combinatiepil, “de pil”, welke twee typen vrouwelijke geslachtshormonen bevat,
    een oestrogeen en een progestageen.
  • De POP (‘progesteron-only pill’), deze bevat geen oestrogeen.
  • Dit middel is een ‘progesteron-only pill’ (POP).
  • Dit middel bevat een kleine hoeveelheid van één soort vrouwelijk geslachtshormoon, het
    progestageen desogestrel.
  • De meeste pillen met alleen progestageen werken voornamelijk doordat ze voorkomen dat
  • zaadcellen de baarmoeder binnendringen, maar ze voorkomen niet altijd de rijping van een
    eicel. Dit laatste is de belangrijkste manier waarop combinatiepillen werken.
  • Dit middel is anders dan de meeste pillen met alleen progestageen, doordat het in deze dosis
    in de meeste gevallen de rijping van een eicel wel voorkomt. Hierdoor is dit middel een zee
    effectief voorbehoedsmiddel.
  • In tegenstelling tot combinatiepillen kan dit middel gebruikt worden door vrouwen die geen
    oestrogenen verdragen en door vrouwen die borstvoeding geven.
  • Een nadeel van dit middel is dat de maandelijkse vaginale bloedingen met onregelmatige
    tussenpozen kunnen gaan optreden. Er is ook een kans dat deze bloedingen helemaa
    uitblijven.

WANNEER MAG U DIT MIDDEL NIET GEBRUIKEN OF MOET U ER EXTRA
VOORZICHTIG MEE ZIJN?

Net als andere hormonale anticonceptiva beschermt dit middel niet tegen HIV-infectie
(AIDS) of andere seksueel overdraagbare aandoeningen (soa’s).

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?

  • U bent allergisch voor desogestrel, pinda’s of soja of één van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6.
  • U heeft trombose. Trombose is de vorming van een bloedstolsel in een bloedvat (bijvoorbeeld in de benen (diep-veneuze trombose) of in de longen (longembolie)).
  • U heeft geelzucht (gele verkleuring van de huid) of een ernstige leveraandoening (gehad) en uw leverfunctie is nog niet normaal.
  • U heeft (mogelijk) een vorm van kanker die onder invloed van geslachtshormonen groeit, zoals bepaalde vormen van borstkanker.
  • U heeft bloedingen uit de vagina waarvan de oorzaak niet bekend is. Wanneer mag u dit middel niet gebruiken? Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?

Vertel het uw arts voordat u met dit middel begint als een van deze situaties op u van toepassing
is. Uw arts raadt u dan misschien een niet-hormonale methode van geboorteregeling aan. Neem
onmiddellijk contact op met uw arts als een van deze situaties ontstaat terwijl u dit middel
gebruikt.

Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?
Neem contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige voordat u dit middel gebruikt als u:

  • ooit borstkanker heeft gehad;
  • leverkanker heeft, omdat een mogelijk effect van dit middel op leverkanker niet kan worden uitgesloten;
  • ooit trombose heeft gehad;
  • suikerziekte (diabetes) heeft;
  • epilepsie heeft (zie: “Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?”);
  • tuberculose heeft (zie: “Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?”);
  • een hoge bloeddruk heeft;
  • chloasma heeft of dit ooit heeft gehad (geel-bruine pigmentvlekken op de huid, vooral in het gezicht). Vermijd in dat geval te veel blootstelling aan de zon of ultraviolette straling.

Als dit middel wordt gebruikt terwijl u een van deze aandoeningen heeft, kan het nodig zijn dat
u onder extra controle blijft. Uw arts kan u uitleggen wat u moet doen.

Borstkanker
Het is belangrijk om regelmatig uw borsten te controleren en contact op te nemen met uw arts als
u een knobbeltje in uw borsten voelt.

Bij vrouwen die de pil gebruiken, wordt iets vaker borstkanker vastgesteld dan bij niet-pilgebruiksters van dezelfde leeftijd. Als vrouwen met de pil stoppen, dan neemt het risico weer
af, zodat het 10 jaar na het stoppen met de pil, hetzelfde is als voor vrouwen die nooit de pil
hebben gebruikt.

Borstkanker komt zelden voor beneden de 40 jaar maar het risico wordt groter bij hogere leeftijd.
Daarom is het aantal extra vastgestelde gevallen van borstkanker hoger onder vrouwen die de pil
tot op hogere leeftijd gebruiken. Hoe lang de pil gebruikt wordt is minder belangrijk.

  • Bij elke 10.000 vrouwen die 5 jaar lang de pil gebruiken maar stoppen wanneer ze 20 jaarzijn, zou tot 10 jaar na stoppen minder dan 1 extra geval van borstkanker gevonden worden, naast de 4 gevallen die normaal in deze leeftijdsgroep worden vastgesteld.
  • Er zouden bij elke 10.000 vrouwen die 5 jaar lang de pil gebruiken maar stoppen wanneer ze 30 jaar zijn, 5 extra gevallen van borstkanker gevonden worden, naast de 44 gevallen die normaal worden vastgesteld.
  • Bij 10.000 vrouwen die 5 jaar lang de pil gebruiken maar stoppen wanneer ze 40 jaar zijn, zouden er 20 extra gevallen van borstkanker gevonden worden, naast de 160 gevallen die normaal worden vastgesteld.

Men denkt dat het risico op borstkanker bij gebruiksters van pillen met alleen progestageen, zoals
dit middel, ongeveer vergelijkbaar is met het risico bij gebruiksters van de combinatiepil, maar
het bewijs daarvoor is minder overtuigend.

De gevallen van borstkanker die bij pilgebruiksters gevonden worden, zijn vaak minder
vergevorderd dan die bij niet-pilgebruiksters. Het is niet zeker of het verschil in borstkankerrisico
wordt veroorzaakt door de pil. Het kan ook zijn dat pilgebruiksters vaker worden onderzocht
zodat de borstkanker eerder wordt ontdekt.

Zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap
Gebruik dit middel niet als u zwanger bent of denkt zwanger te zijn.

Borstvoeding
Dit middel mag gebruikt worden als u borstvoeding geeft. Dit middel heeft geen invloed op de
productie of kwaliteit van de moedermelk.
Een kleine hoeveelheid van de werkzame stof van dit middel komt echter in de moedermelk
terecht. De gezondheid van kinderen die 7 maanden borstvoeding kregen en van wie de moeders
desogestrel gebruikten, is 2,5 jaar lang bestudeerd. Er werd geen enkel effect op de groei of de
ontwikkeling van de kinderen gezien.
Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem
dan contact op met uw arts of apotheker voordat u dit geneesmiddel gebruikt.

Wanneer en hoe neemt u de tabletten in?
De strip van dit middel bevat 28 tabletten.

  • Neem de tabletten elke dag op ongeveer dezelfde tijd in, met wat water zonder te kauwen. Op de strip staan de dagen van de week op het folie gedrukt. Pijltjes, op beide zijden gedrukt voor duidelijke aanwijzingen, geven de volgorde aan waarin u uw tabletten moet innemen. Bij elke dag hoort een tablet.
  • Begin elke nieuwe strip van dit middel uit de bovenste rij. Zorg ervoor dat u met de juiste tablet begint. Bijvoorbeeld, als u op woensdag begint, neemt u de tablet uit de bovenste rij waar (op de achterkant) WO bij staat. Volg de richting van de pijlen en neem iedere dag een tablet totdat de strip leeg is. Aan de achterkant van de strip kunt u gemakkelijk zien of u uw dagelijkse tablet al heeft ingenomen.
  • Tijdens het gebruik van dit middel kunt u wat last krijgen van bloedingen die aan menstruatie doen denken, maar u moet uw tabletten gewoon blijven innemen. Als de strip leeg is, begint u meteen de volgende dag met een nieuwe strip van dit middel – dus zonder onderbreking en zonder op een bloeding te wachten.

Wanneer begint u met de eerste strip van dit middel?

  • U heeft de afgelopen maand geen anticonceptie gebruikt: Wacht op uw menstruatie. Neem de eerste tablet op de eerste dag van uw menstruatie. U hoeft dan geen extra voorbehoedsmiddel te gebruiken. Als u start op dag 2-5 van uw menstruatie, moet u een extra voorbehoedsmiddel (een condoom) gebruiken tijdens de eerste 7 dagen van het tabletgebruik.

U schakelt over van een combinatiepil, vaginale ring of transdermale pleister:
Als u geen tablet-, ring- of pleistervrije onderbreking heeft:

geen tablet-, ring- of pleistervrije onderbreking heeft:

  • Begin met dit middel op de dag nadat u de laatste tablet van uw huidige pilstrip heeft
    ingenomen of op de dag van verwijdering van uw vaginale ring of pleister (dus
    zonder tablet-, ring- of pleistervrije periode).
  • Als uw huidige pilstrip ook placebotabletten bevat (dus zonder hormonen), moet u
    met dit middel beginnen op de dag nadat u de laatste werkzame tablet heeft genomen
    (als u niet zeker weet welke dit is, vraag dan uw arts of apotheker om advies).
  • U hoeft geen extra voorbehoedsmiddel te gebruiken als u deze aanwijzingen
    opvolgt.

Als u wel een tablet-, ring- of pleistervrije onderbreking heeft:

  • U kunt ook starten op de dag na uw tablet-, ring- of pleistervrije periode of periode met placebotabletten van uw huidige voorbehoedsmiddel.
  • Als u dat doet, moet u wel een extra voorbehoedsmiddel (een condoom)
    gebruiken tijdens de eerste 7 dagen van het tabletgebruik.
  • U schakelt over van een andere pil met alleen progestageen: U kunt van de ene op de andere dag overschakelen naar dit middel en hoeft geen extra voorbehoedsmiddel te gebruiken.
  • U schakelt over van een injectiepreparaat, implantaat of een hormoonhoudend spiraaltje:

U kunt met dit middel beginnen op de dag waarop de volgende injectie zou moeten worden
gegeven of op de dag dat uw implantaat of hormoonhoudend spiraaltje wordt verwijderd. U
hoeft geen extra voorbehoedsmiddel te gebruiken.

Na een bevalling:
Begin met dit middel tussen 21 tot 28 dagen na de bevalling. Als u later start, moet u tijdens
de eerste cyclus een extra voorbehoedsmiddel (een condoom) gebruiken totdat u 7 dagen
achter elkaar een tablet heeft ingenomen. Als u al geslachtsgemeenschap heeft gehad, moet
zwangerschap worden uitgesloten voordat u met dit middel begint. Extra informatie voor
vrouwen die borstvoeding geven, kan gevonden worden onder “Zwangerschap en
borstvoeding” in rubriek 2. Uw arts kan u ook adviseren.

Na een miskraam of een abortus:
Volg het advies van uw arts.

Dit vind je ook leuk

Laat een bericht achter